| « Non-stop Elfstedentocht per zeekajak 2009; 4 & 5 september | Zoekt en gij zult vinden... een "Vyneck" . » |
Zwoegen zult gij...
200 km; dat is de afstand van de Elfstedentocht. Non-stop af te leggen in minder dan 36 uur, met een zeekajak.
Maar hoe doe je dat, 200 km non-stop varen?
Alles begint natuurlijk met training. Kajaktraining om precies te zien.
Ik heb altijd geleerd dat je moet trainen in de richting van je doel. D.w.z. als je een korte wedstrijd met hoge snelheid wil varen, train dan ook korte stukken met hoge snelheid. Als je veel kilometers moet varen tegen relatief lage snelheid, vaar dan als training ook heel veel kilometers tegen relatief lage snelheid.
Hoe pak ik dat aan? Als eerste punt moet je er vanuit gaan dat ik sowieso relatief veel vaar en dat mijn techniek en conditie vanaf het begin al min of meer in orde zijn. Toch begin ik mijn training kleinschalig.
Ik vaar ca. 3 keer per week. Het aantal trainingen wijzigt eigenlijk niet. Wel de duur van een training en de intensiteit. In het begin een halfuurtje, meestal ga ik dan voluit. Later wordt dat een uur. Ook hier probeer ik de snelheid naar het maximum te drukken. Wanneer dat uur goed verloopt, worden dat twee uur.
In de twee-uur sessies daalt de intensiteit al. Het doseren begint en voor het eerst komt het drinkprobleem om de hoek kijken. Ik wil zo min mogelijk tijd verspillen aan drinken. Een Camel-bak is daarbij een goede oplossing. Een drinkzak van 3 liter met een slangetje en een speen.
In mijn K1 heb ik geen plaats om mijn Camel-bak op te bergen. Hij hangt dus aan de rugzijde van mijn zwemvest. Dat is (vooral in begin van een trip) een zware massa (3 kg) die aan je rug trekt.
Voordeel van een zeekajak, zoals ik die nu gebruik. Ruimte zat om spulletjes op te bergen. Camelbak tussen mijn benen. Camelbak achter het zitje. Camelbak op het bovendek onder het netje. Ik heb het maar voor het uitkiezen. Meestal leg ik de Camelbak plat tussen mijn benen. Dan blijft het gewicht laag in de boot.
Twee uur varen & drinken. Wanneer dat goed verloopt, wordt er de laatste stap doorgedrukt. Vier uur non-stop varen (dus zonder uit te stappen).
Wat train je tijdens die vier uur?
- Je uithoudingsvermogen, maar als je twee zonder problemen uit vaart, is de stap naar vier uur niet overdreven groot.
- Je geduld. Vier uur is best lang (in vier uur tijd vlieg je naar Turkije). Er voor zorgen dat je je niet gaat vervelen of te ongeduldig wordt ("Was ik er maar al"; "Hoe lang moet ik nog?"; "Hoe lang ben ik al bezig?") is een behoorlijke opgave. Maar naarmate je vaker dergelijke lange tijd vaart, komt het geduld vanzelf. Tegen de verveling neem ik meestal mijn MP3-speler met een stevig muziekje mee. Niet te luid zetten. Is slecht voor je gehoor en je hoort achteropkomende pleziervaart niet (die hoor je over het algemeen al niet goed, zeker met tegenwind).
- Je billen en benen. Vier uur in dezelfde houding zitten is een ware klus voor je benen en billen. Je komt er snel achter of je een goede kajak hebt. Zit je na anderhalf tot twee uur nog lekker (geen houten kont; geen stramme benen), dat zit je gebakken. Dan komen de problemen over het algemeen niet meer. Kamp je echter wel met die problemen, wordt het vaak een ware lijdensweg om het zitcomfort in je kajak te verhogen. Bij deze is het geluk aan mijn kant. De Vyneck zit als gegoten. Na vier kan ik zonder problemen uit de kajak komen en vlot rondlopen zonder zere benen etc.
- Eten & drinken. Dat drinken hadden we al geoefend, dat werkt ondertussen wel. Waar laat je het eten? Ik wil tijdens het varen zo veel mogelijk mijn spullen binnen handbereik hebben. Ik stop dus zo weinig mogelijk onder het spatzeil of in de waterdichte compartimenten. Mijn eten blijft in een waterdicht zakje op het bovendek onder het netje. Kan ik tijdens het varen eenvoudig wat in mijn mond stoppen en verder peddelen.
De laatste trainingen probeer ik af te wisselen in tijd en intensiteit. En in de allerlaatste week voor het evenement, geniet ik van een weekje rust.
Langere trainingen worden moeilijker en een beetje onzinnig. De recuperatietijd na een dergelijke lange training is ook aanzienlijk langer. Uiteindelijk zou je in een situatie terecht komen waarin je te veel moet rusten en te weinig kan varen.
Wat oefen je nog in de voorbereidingsperiode?
We hadden al:
- Uithoudingsvermogen & techniek: door veel te varen dus.
- Eten & drinken. Hoe werkt het? Wat vind ik gemakkelijk? Waardoor verlies ik niet te veel etc.? Een paar keer oefenen kan tijdens de elf stedentocht al behoorlijk wat geklooi en frustratie vermijden.
Maar ook belangrijk:
- Verlichting! In de donkere uren moet je verlichting voeren. Een wit toplicht dat 360° in het rond schijnt. Kan je kopen bij de betere kanowinkels. Gewoon een lichtje of met een mastje en bijbehorende elastiekjes etc.
Zelf heb ik gewoon een licht op het achterdek, zonder mastje. Den ben ik in theorie geen 360° zichtbaar (ik blokkeer zelf het licht naar de voorkant van de kajak). Vooraan de punt kleef ik nog een waterdichte zaklamp, zodat ik ook in die richting zichtbaar ben. Zelf heb je niks aan dat lampje. Het licht schijnt de grote leegte in en de kracht gaat verloren. Meestal oriënteer ik mij op de lampjes die ik op de oever zie branden.
Dus ook in het donker varen met verlichting is best een aantal keer te oefenen. Ook dat kan behoorlijk wat frustratie voor komen.
Hieronder nog een overzicht van mijn trainingen in de zeekajak.




